1. INLEIDING
    Na een teleurstelling op artistiek/zakelijk gebied wil ik weten wat er fout is gegaan en wat ikzelf zou kunnen leren van deze ervaring. Het is vooral een persoonlijk emotionele ervaring, maar omdat ik als beeldend kunstenaar werkzaam ben is het van belang om een objectieve analyse van het voorval te maken.

Door een in Rotterdam gevestigd theater ben ik als beeldend kunstenaar uitgenodigd om een performance te maken voor een programma waarin aankomend talent de kans krijgt zich te presenteren aan het publiek. Mijn werk komt voort uit research naar scheppingsverhalen uit de christelijke evangelie en scheppingsverhalen uit de gnostiek. Voor het theater is het
concept ontwikkeld voor een performance dat gaat over de spanning tussen man en vrouw. Het concept en een presentatie van de performance is positief ontvangen door het theater en resulteert in een opdracht vastgelegd in een contract. In de laatste voorbereidingsfase, een week voor de première, komt alsnog het besluit om af te zien van vertoning van de
performance in het verzamelprogramma.

De afwijzing zelf is natuurlijk een persoonlijk verlies en daarom zoek ik antwoord op de vraag wat ikzelf zou kunnen verbeteren aan de professionele kant van mijn kunstenaarschap. De reden voor het stopzetten van het project is, volgens de artistieke leiding van het theater, onvoldoende vertrouwen tot het komen tot een volwaardige voorstelling. Inhoudelijk en artistiek is het werk afgewezen nog voordat de performance het publiek bereikt. De vragen die het eerste bij mij opkomen zijn: waarom spreekt mijn werk het theater aan en ben ik geselecteerd? Waarom wordt er na meerdere intensieve gesprekken over de inhoud van het concept, met een aan het theater verbonden dramaturg (theoreticus), een negatief advies
uitgebracht naar het theater? Waarom wordt de presentatie nadien enthousiast en goedkeurend ontvangen door de artistieke leiding van het theater? Waarom wordt na het opmaken van een contract, een week voorafgaande de première alsnog besloten te stoppen?

De gemakkelijkste conclusie is: het ontbreken van voldoende talent bij de maker. Maar dat is niet bevredigend, noch subjectief, noch objectief. Waar gaat het werk in essentie over?

Het uitgangspunt van de performance is het onderzoek naar de interpretatie van één scheppingsverhaal door enerzijds het christendom en anderzijds de gnostiek. Er zijn een aantal criteria waaraan de performance moet voldoen. Onder andere wordt het kunstwerk gemaakt in de context van een theatervoorstelling. Gedurende de conceptontwikkeling ontstaan de inhoudelijke en artistieke keuzes. De performance wordt gespeeld door een kunstenaar en een danseres en zij zullen zonder verhaallijn veschillende spanningen tussen man en vrouw verbeelden in een cross-over tussen de twee disciplines spoken-word en dans. Het concept is ontwikkeld volgens het principe van creatie: nieuw leven dat voortkomt uit
twee afzonderlijk unieke eenheden. Deze wisselwerking is ook een eerste vereiste voor het succes van de performance. Alle deelnemers krijgen in meer of mindere mate een vorm van creatieve autonomie met de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze autonomie ondergeschikt is aan het kunstwerk. Deze creatieve vrijheid binnen het kader van de performance is de kracht en tevens ook het kwetsbare van het concept.

Deze gebeurtenis is de inleiding van een vraag die ik in dit essay probeer te beantwoorden: Wat is de vrije wil en waar manifesteert deze zich in onze moderne samenleving?

  1. DE WIL (Gave, God, Geest, Licht, Liefde, Harmonie)

De wil is een aanduiding van iets wat ieder mens bezit en ook gave genoemd wordt. De wil is dat wat uniek is voor ieder individu. De wil is verborgen in het meest intieme Zelf. Het leren luisteren naar de wil betekent dat de weg wordt vrijgemaakt naar dat wat God, Geest, Licht,
Liefde of Harmonie genoemd wordt. De wil is God, Geest, Licht, Liefde, Harmonie en kent nog vele andere namen. De wil manifesteert (zich in) de meest natuurlijke staat van zijn. Of anders gezegd: het verwezelijken van de (vrije) wil betekent zelfrealisatie. In verschillende overtuigingen en religies wordt naar de wil verwezen als iets dat van nature zichzelf is. De vrije wil is de vrijheid van een individu om tot zelfrealisatie te komen binnen of buiten de ethica van de samenleving.

  1. ZELFREALISATIE (geestelijke volgroeiing, individuatie)

Zelfrealisatie is de manifestatie van de vrije wil. De gnostici kennen het basisprincipe: Zelfkennis is Godskennis. De openbaring van de wil is de openbaring van God. Volgens Carl Gustav Jung kan men komen tot de transformerende ervaring van individuatie, of wel beleving van het ware zelf na de confrontatie met de schaduw en de integratie van de anima/animus (het vrouwelijke beginsel in de man en het mannelijke beginsel in de vrouw).

Met Jungs psychoanalyse worden de stappen concreet gemaakt waarlangs het gnostische proces van Zelfkennis verloopt.

  1. MODERNE SAMENLEVING

De historische ontwikkelingen welke hebben geleid tot de moderne democratie met een vrijemarkt economie zoals we die kennen in Europa en in Nederland zijn materie voor een goed gevulde bibliotheek. De scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, zijn in de context van dit essay de belangrijkste kenmerken van onze samenleving. In een dergelijke samenleving is als vanzelfsprekend de rol van religie andersdan in een samenleving waarin godsdienst en staat niet gescheiden zijn. De scheiding kerk en staat heeft de weg vrijgemaakt voor een ruimer aanbod aan spirituele stromingen en religies. De vorming, begeleiding en ontwikkeling van een samenleving speelt zich af op spiritueel niveau, in de wereld van ideëen, fantasie en magie. In deze onontgonnen wereld onstaan nieuwe denkbeelden en uitvindingen. Beeldende kunst, filosofie, theater en cinema zijn in onze moderne samenleving gevormd tot centra waar ideëen, lofuitingen, conflicten,
misdragingen, hoop en wanhoop in een vrije vorm gedeeld, medegedeeld en verwerkt kunnen worden. De traditionele geestelijke zorg van de kerk is op een natuurlijke wijze verspreid binnen onze moderne wereld. In dit essay beperk ik me tot de beeldende kunst als één van de
instituten met een voorgangers rol.

  1. BEELDENDE KUNST

Van het instituut beeldende kunst verwacht ik dat zij bewust de verantwoordelijkheid draagt als een autoriteit op het gebied van spiritualiteit. De geestelijke boodschap is de meerwaarde
van een kunstwerk ten op zichte van een ambachteljk produkt. Een spiritueel didactische verantwoordelijkheid naar de samenleving maakt van de ambachtsman een kunstenaar. Het instituut beeldende kunst is een complex netwerk van kunstenaars, publiek, instellingen, kunstmarkten, opleidingen en belangenvereningen. De kunstenaar is verheven tot priester, shamaan, of monnik. Als de kunstenaar zich houdt aan de regels van deze sector dan wordt hij of zij gerespecteerd binnen de sector. Gaat de kunstenaar in tegen deze wetten dan wordt hij of zij verstoten.

  1. DE VRIJE VAL VAN DE VRIJE WIL

De uitnodiging van het theater om een performance te maken binnen het kader van een verzamelprogramma waar jong talent zichzelf kan presenteren aan het publiek zie ik als een kans om mijn intiemste ideëen te verwezelijken in de vorm van een theaterperformance. Vanaf het begin ben ik mij bewust van de kwetsbaarheid van het project. Er spelen meerdere
belangen en deze zijn niet helder opelkaar afgestemd. Het theater heeft mij uitdrukkelijk als kunstenaar uitgenodigd, maar verlangt tegelijk een herkenbare werkwijze tijdens het creatieve proces. Het theater heeft uiteindelijk geen vertrouwen in mijn werkwijze, die afwijkt van de
gebruikelijke werkwijze bij het maken van een theaterstuk. Het theater vraagt iets unieks maar verlangt iets herkenbaars. De spanning tussen inhoud en vorm zijn natuurlijk tijdloos bij het maken van kunst en vooral bij het maken van kunst in opdracht. Francisco Goya (1746- 1828) als hofschilder wist als geen ander te balanseren op de grens tussen objectieve en subjectieve schoonheids- en werkelijkheidsbeleving.

Inhoudelijk gaat de performance over de kern van een verhaal, gezien vanuit twee oogpunten. Het christendom hanteert een versie waarbij Adam & Eva door het eten van de appel uit het paradijs worden verbannen en de gnostiek hanteert een versie waarbij het eten van de appel als een noodzakelijke daad van verzet wordt gezien om zo tot geestelijke volgroeiing te komen. De traditionele kerkelijke opvatting is dat de gnosis een vroegchristelijke ketterij is, die terecht door de kerkvaders werd bestreden. De algemene wetenschappelijke visie is dat gnosis niet direct een christelijk verschijnsel is, maar in haar christelijke gedaante sterk van
zich heeft doen spreken. Esoterici hebben door de eeuwen heen de gnosis gezien als bron van het intrinsieke weten die niet gebonden is aan wat voor religie dan ook, en waarvan het universele karakter nog wordt benadrukt door de overeenkomsten met vele wijsheidsopenbaringen uit diverse andere religies en culturen. Zij zien het christendom in zijn pure essentie als gnosis en het kerkelijke christendom zou dan een afwijking zijn van het
oorspronkelijke zuivere gnostische christendom dat door Jezus werd uitgedragen.

Een week voor de première vragen de danseres en de dramaturg een gesprek aan met de artistieke leiding van het theater. De performance wordt door het theater geweigerd op artistieke gronden. De repetititie periode met de danseres resulteert volgens het theater niet in de gewenste kwaliteit. De werkwijze van de kunstenaar wordt niet begrepen en/of
geaccepteerd. De danseres heeft grote moeite om haar plaats te vinden in het geheel en verklaart dat de werkwijze haar te dichtbij komt. Tijdens het laatste gesprek met de artistieke leiding van het theater geeft de danseres aan dat haar dans steeds verder op de achtergrond is gekomen. De dramaturg verklaart, nogmaals, niet te snappen waarover het werk inhoudelijk gaat. Terwijl volgens de gemaakte afspraken in het contract de conceptontwikkeling afgerond

is en de kunstenaar inhoudelijk verantwoordelijk is voor het werk blijkt het onbegrip van de dramaturg nog steeds geen afgesloten hoofdstuk. Het theater gelooft niet meer in de artistieke waarde van de kunstenaar en zegt het vertrouwen op. Het moment dat de vertrouwensrelatie tussen kunstenaar en theater is verbroken komt op het punt dat alle afzonderlijke elementen van het werk samenkomen en opelkaar afgestemd dienen te worden. Het theater wijst hetwerk af dat nog niet gemaakt is. De kostuums, de videoprojectie en het decor worden door hettheater niet gezien. Hierdoor kan ik objectief gezien niet aansluiten bij de kritiek dat het werk
niet goed genoeg is, omdat het werk nog niet gemaakt is. Alle losse elementen zijn inontwikkeling en bijna af. De cross-over tussen dans en spoken-word was een laatste repetitieperiode. Na deze periode krijgen alle afzonderlijke disciplines (mode, videoprojectie, spoken-word, filosofie en dans) een vaste plaats in de theaterperformance. De laatste week is
gereserveerd om alle elementen opelkaar af te stemmen. De spanning tussen alle elementen istastbaar op het moment van afwijzing. De laatste openbare repetitie wordt positief ontvangendoor het publiek en door een enkeling afgewezen op gronden van belediging van het theateren verspilling van subsidiegelden. Deze laatste toetsing geeft mij aan dat het werk bijna klaar is voor vertoning en maakt mij duidelijk welke kleine laatste aanpassingen er nog nodig zijn. De danseres en de aanwezige dramaturg houden na de performance beraad en nemen contactop met het theater om het vertrouwen in het project op te zeggen. Het theater stopt het project en is niet meer bereid tot overleg. De danseres krijgt de gelegenheid om een eigen dansvoorstelling te maken.

Zou het verschil van inzicht over het kunstenaarschap een rol hebben gespeelt in deze breuk tussen kunstenaar en theater? Ik zie de boodschap als meerwaarde dat van een goed ambachtelijk produkt een kunstwerk maakt. Een theatervoorstelling is een produkt dat gemaakt wordt om een publiek te bereiken binnen de ethica van het theater. Deze wetten zijn naar mijn mening de gereedschappen bij het vervaardigen van een degelijk ambachtelijk theaterstuk. Maar zoek je als theatermaker (of als beeldend kunstenaar) naar vernieuwing in de vorm of verdieping in het onderwerp dan begeef je je buiten de op het moment heersende regels en wetten van de theaterwereld. De kunstenaar zal zich beroepen op zijn ervaring in de
omgang met het onbekende en de theatermaker zal zich beroepen op zijn ervaring binnen het vakgebied. Zowel de kunstenaar als de theatermaker hebben een werkwijze die erop gericht is
tot het komen van een kwalitatief goed eindprodukt. De essentie van beeldende kunst in relatie tot de maatschappij is in mijn optiek de zuivere waarneming van het moment en tegelijk een heldere kijk op het verleden en een visionaire blik in de toekomst.

  1. SLOT

Wat is de vrije wil en waar manifesteert deze zich in onze moderne samenleving? De vrije wil is in dit geval de individuele vrijheid van de kunstenaar. Het theater representeert de moderne samenleving. Het vertrouwen dat het theater de kunstenaar heeft gegeven vraagt van beide
kanten openheid en eerlijkheid zowel naar het zelf als naar het andere. Het eenzijdig opzeggen van het vertrouwen door het theater geeft de kunstenaar geen bestaansrecht meer. Deze artistieke veroordeling is een zware straf. Staat de individuele vrijheid van de kunstenaar gelijk aan de vrij wil van het individu en representeert het theater hier werkelijk de
samenleving dan zijn er nog heel veel vragen onbeantwoord.

Gedragsregels zijn de richtlijnen om te komen tot een gewenste harmonie tussen individuele vrijheid en samenleving. Onze moderne samenleving kent normen, waarden en wetten. De basis van deze normen, waarden en wetten zijn vastgelegd in de christelijke evangeliën en in het wetboek van strafrecht uit het begin van onze jaartelling. De vrije wil van het individu
was en is een onderwerp dat gevoelig ligt en met grote voorzichtigheid dient worden behandeld. Vele verlichte denkers die nu een plaats hebben gekregen in onze moderne wereld zijn tijdens hun leven vervolgd en veroordeeld wegens een open blik en zoektocht naar een ruimere waarheid. Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus en Ethica van Benedictus de Spinoza zijn hiervoor klinkende voorbeelden. De laatste heeft zelfs gewacht met publicatie tot na zijn dood (en onder pseudoniem) om vervolging te voorkomen.

Dit voorval heeft mij op de gevoeligheid van het onderwerp ethica gewezen. Zakelijkheid heeft kennelijk een andere wetmatigheid dan de omgangsnormen die ikzelf in praktijk probeer te brengen. De balans tussen vorm en inhoud heb ik nog steeds niet gevonden. Maar de inhoud van mijn werk begint steeds meer vorm te krijgen. Moed, eerlijkheid en kracht zijn
mijn metgezellen in het volbrengen van mijn taak in deze turbulente en uitdagende tijd.

BIBLIOGRAFIE

Erasmus, Desirderius, Lof der Zotheid, Brief aan More, p.7-11, Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep – Amsterdam 2006.
Linden, Nico ter, De mooiste bijbelverhalen, p.9-35, Uitgeverij Balans – 2004
Metha, Phiroz, Zaratoestra, het transcedente zien, Nederlandse vertaling: Service Uitgevers B.V., Katwijk aan Zee 1989.
Slavenburg Jacob / Glaudemans Willem, De Nag Hammadi Geschriften, Algemene inleiding p.17-41,Uitgeverij Ank-Hermes bv – Deventer
Spinoza, Benedictus de, Ethica, Voorbericht, p.5-9, (1979) Erven Dr.N.J. van Suchtelen, ISBN 90 284 14290

Categories:

Tags:

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *